Een mooie zonnige dag met een waterige rafel aan de kanten als we de deur uitstappen. Het waren nieteens minuten, misschien zelfs minder dan eentje maar wat vannacht ineens naar beneden kwam, was niet mis. Het pas gemaaide gras ligt als een donkergroene koek in lange slierten over de grasmat. Het weer wil niet echt meewerken dit jaar. Gelukkig laat dat de honden op een gezonde manier compleet koud.
Op weg naar het bruggetje is het genieten van de zonnewarmte. Je zou je dag moeten kunnen vullen met lopen. 's Morgens in de richting van de opkomende zon en 's avonds terug in de richting van de ondergaande zon. Tussendoor eten, lezen of schrijven, zittend op een terras waar een niet-aflatende mensenstroom aan je voorbij gaat. Dream on.
Nu gaat het noordoostwaarts verder over de dijk. De honden spurten vooruit. Dit keer niet voor nop. Het is geen recente molshoop die ze verwarren met een moerasbever. Het is een echte. Wordt weer tijd om de vallen te zetten. De beestjes krijgen iets brutaals. De jonkies trekken er op uit? De honden zijn niet snel genoeg. De moerasbever hoeft maar 1 of 2 meter en dan zit ie in het meer, zwemt een tiental meter uit de kant, draait om en gaat ons liggen bekijken. Ze weten dat hen in het water weinig kan gebeuren.
De dijk krijgt iets van een tunnel. Het bladerdek is vrijwel gesloten en takken buigen door onder het gewicht van het blad. Een plek om te vertoeven als de zon te fel schijnt ware het niet dat het er wemelt van de muggen en straks de dazen. Echt jammer.
Ik ben er vandaag niet bij. Weer niet, mag ik wel stellen. De honden lopen ver vooruit, wachten op de overeengekomen plekken en zijn direct weer verdwenen als ze hun brokjes hebben gehad. Een aanstekelijk enthousiasme waaraan ik me menig dag weet op te trekken. Vandaag is dat niet nodig, ik loop een beetje dromerig achter de wiebelende kontjes aan en vind alles best. Hoe ik de dag ga invullen is me niet duidelijk. Blijf ik, ga ik weg? Allebei misschien.. Ik zie wel.
In gedachten verzonken loop ik aan de andere kant van het meer terug. Onderlangs, Katrien is geheel uit het zicht verdwenen en Sammy aarzelt maar kiest toch weer voor mij. Links de twinkelende zon in het meer, rechts het bos tegen een strak blauwe hemel. Nu gaat ook Sammy ervandoor. Hij vertrouwt erop dat ik doorloop.
De honden staan even later op het strandje te wachten. Allebei in het meer, het water tot net onder hun borstkas. Ik gooi wat brokjes in het water en amuseer me aan Sam's verwoede pogingen de hapjes te pakken te krijgen. Genoeg gepest! Ik loop door richting het huis. Nog één koffie en dan mag de dag komen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten