Het "Kom op" komt nog wel uit mijn koker, maar daar mee is alle betrokken enthousiasme ook in eenmaal verbruikt. Nu is het altijd al zo, dat de honden gretiger naar buiten willen dan ik, maar op dagen als vandaag hebben ze zelfs een paar paarden exta nodig om mijn over die drempel te trekken.
Het is vies, koud, nat en winderig weer. Koude wind uit de noord-noordoost hoek. Tocht uit polaire streken. Weinig andere behoefte dan diep weggedoken in de restanten van de jas snel het meer te ronden en weer naar binnen. Wat te zien is, oogt triest. De herfsttinten verzinken in egaal donkerbruin, het meer weerspiegelt de grauwgrijze lucht en die ene witte reiger moet inmiddels opboksen tegen een kleine twintigtal zwarte aalscholvers.
Alles trekt zich terug, stopt met groeien, verdwijnt in de modder of diepe holen alleen Jut & Jul willen zo nodig naar buiten. Snuffelen en dollen. Energie zat, een haast vermoeiende activiteit.
Ik gooi wat snelle blikken naar links en/of rechts. Kijkt naar de saaie lucht en dito meer, mis de eenden en verwonder me over het feit dat de jacht blijkbaar nog niks heeft opgeleverd. Ik heb tenminste nog niks mogen ontvangen. De feestdagen naderen en ik neem aan dat het hun streven is om tenminste voor die dagen vers wild op tafel te willen hebben. Het is sowieso redelijk rustig geweest qua knallerij en getoeter. Iets wat niet overeenstemt met de alamerende geluiden in de aanloop naar het jachtseizoen. Toen leek het er op alsof in iedere bospercel, weiland en zelfs de gemiddelde tuin meer herten, reeën en vooral wilde zwijnen rond struinden, dan de mensen lief was.
Zelf wat reeën gezien maar niet overmatig, geen zwijn en ook geen sporen ervan en heel soms een hert maar veel vaker de overduidelijke sporen. Vorige week voor het eerst sinds mijn aanwezigheid hier een vos in alle rust zien jagen en genieten van de zon. Mooi beest maar hier te land staan ze te boek als "ongedierte" op hetzelfde niveau als muizen en dus vrij te jagen of bijna vrij. Als ik ze zag, was het dan ook in volle vaart ver voor honden en nog verder voor de jagers uit. Of op de foto, dood, omringt door een zestal blakend trotse drankneuzen in camouflage pak. Nee, wat hier uitgeroeid zou moeten worden is de mens, maar laten ze daar nog een paar jaartjes mee wachten. Die zondvloed moet altijd achter me, heb ik begrepen.
Het tempo zit er goed in en ik laat het niet zakken ook. Het wordt geen record-rondje maar zal daar niet ver vanaf liggen. Bij het strandje snel die laatste brokjes verdelen en ook die laatste honderden meters er ff doordrukken. Koffie wacht en een kachel om aan te steken. Voor het eerst dit jaar zo vroeg in de dag.
donderdag 29 november 2012
donderdag 15 november 2012
166 (15/11)
Weer een prachtige dag buiten. De honden zien of voelen dat blijkbaar en zijn irritant onrustig, willen naar buiten, nemen geen genoegen met aandacht en luisteren voor geen meter naar mijn verzoeken me mijn koffie in alle rust te laten genieten. Eigenlijk zou ik de ronde moeten overslaan om ze te laten merken, wie hier wat bepaalt, maar daar is het weer toch echt te mooi voor. Dus krijgen ze in hun optiek, waar ze om zeuren, als ik uiteindelijk opsta en naar de keuken ga, mijn jas aantrek en das omsla. Maar voor de zekerheid blijven ze aandringen tot eindelijk die deur opengaat en daar gaan ze....
Terug naar binnen voor de laarzen en mijn nooduitrusting. Buiten heb ik dan alle tijd. Dame en heer zijn weet ik waar ergens en ik zal ze wel zien voor ik bij het bruggetje ben. Ze houden mij in de gaten, dat hebben ze tenminste geleerd. Ik ben bepaald niet vroeg vandaag en dat is aan de buitentemperatuur te merken. Het is haast warm genoeg voor niet meer dan een T-shirt. Dat wordt zweten voor ik terug ben.
Het gezelschap staat te wachten bij de overloop van het meer. Met dat overlopen loopt het bepaald geen vaart. Zolang de doorvoer vrijwel verstopt is zal het wel behelpen blijven. Ik deel de beloning uit en loop verder. Strak blauwe lucht, geen sporen van vliegverkeer, geen witte reiger, nauwelijks eenden, wel vier aalscholvers in de bomen op het eiland en de trouw wegscherende ijsvogels.
Het is een heel gewone dag, zo op de helft van november. Misschien een beetje warm voor de tijd van het jaar maar dat durf ik niet met zekerheid te stellen. Een dag om aan de waterkant te zitten en steentjes in het water te mikken, zwoegend en puffende toeristen zien passeren naar een ver weg geleden einddoel, waar jezelf geen boodschap aan hebt. Jouw dieper zin van de dag zit in de koelbox, die een eindje verderop onder een boom in de schaduw staat. Misschien tijdens het strelen van de tong een aardig gesprek over de onzin van de zin van het leven en eindigen voordat de zon achter de bomen is verdwenen met dat gewenste kleine beetje teveel genotsmiddel in de bloedbaan met de wetenschap dat een warm bad op je wacht.
Wat niet al in je opkomt als je in nat gras onder bijna kale bomen doorloopt waar de zon royaal doorheen straalt. De honden zijn alweer verdwenen. Drukke bedoening geweest vannacht, veel te snuffelen. Toch jammer, dat ze mij daar niet van mee kunnen laten genieten.
Bij de doorvoer hou ik in en kijk voor de zoveelste keer nadenkend naar de aanwezige toestand, de mogelijkheden en wat het zou moeten zijn cq worden. Ik denk aan het koude water en loop bijna hoofdschuddend verder terwijl de rillingen over mijn rug glijden. Eerst maar eens koffie.
Terug naar binnen voor de laarzen en mijn nooduitrusting. Buiten heb ik dan alle tijd. Dame en heer zijn weet ik waar ergens en ik zal ze wel zien voor ik bij het bruggetje ben. Ze houden mij in de gaten, dat hebben ze tenminste geleerd. Ik ben bepaald niet vroeg vandaag en dat is aan de buitentemperatuur te merken. Het is haast warm genoeg voor niet meer dan een T-shirt. Dat wordt zweten voor ik terug ben.
Het gezelschap staat te wachten bij de overloop van het meer. Met dat overlopen loopt het bepaald geen vaart. Zolang de doorvoer vrijwel verstopt is zal het wel behelpen blijven. Ik deel de beloning uit en loop verder. Strak blauwe lucht, geen sporen van vliegverkeer, geen witte reiger, nauwelijks eenden, wel vier aalscholvers in de bomen op het eiland en de trouw wegscherende ijsvogels.
Het is een heel gewone dag, zo op de helft van november. Misschien een beetje warm voor de tijd van het jaar maar dat durf ik niet met zekerheid te stellen. Een dag om aan de waterkant te zitten en steentjes in het water te mikken, zwoegend en puffende toeristen zien passeren naar een ver weg geleden einddoel, waar jezelf geen boodschap aan hebt. Jouw dieper zin van de dag zit in de koelbox, die een eindje verderop onder een boom in de schaduw staat. Misschien tijdens het strelen van de tong een aardig gesprek over de onzin van de zin van het leven en eindigen voordat de zon achter de bomen is verdwenen met dat gewenste kleine beetje teveel genotsmiddel in de bloedbaan met de wetenschap dat een warm bad op je wacht.
Wat niet al in je opkomt als je in nat gras onder bijna kale bomen doorloopt waar de zon royaal doorheen straalt. De honden zijn alweer verdwenen. Drukke bedoening geweest vannacht, veel te snuffelen. Toch jammer, dat ze mij daar niet van mee kunnen laten genieten.
Bij de doorvoer hou ik in en kijk voor de zoveelste keer nadenkend naar de aanwezige toestand, de mogelijkheden en wat het zou moeten zijn cq worden. Ik denk aan het koude water en loop bijna hoofdschuddend verder terwijl de rillingen over mijn rug glijden. Eerst maar eens koffie.
zondag 11 november 2012
162 (11/11)
Prachtige dag!! Het zal de honden een worst wezen, denk ik, toch was hun reactie anders dan andere ochtenden. Eenmaal buiten na mijn verkleedpartij bleven ze eerst op het bordes staan en daarna aan de rand van het pad de helling af richting het bruggetje. Het is mistig maar niet extreem dicht en van boven fel beschenen door de ochtendzon. Bijzonder licht èn extra stil. Schijnbaar zijn de honden gevoelig voor één van beide of de combinatie. En misschien was er wel een compleet andere reden voor hun aarzeling .... Ik heb behalve het beeld niks bijzonders gezien of gehoord en ook niet geroken.
Van rechts belicht door de zon is het grasveld één web en hangen lange draden tussen de neerhangende takken van de kastanjes. Je ziet de minuscule waterdruppeltjes door de lucht drijven. Zo te voet is mist een prachtig verschijnsel op de autosnelweg heb ik daar een andere mening over. Het is van die aarzelende ochtendmist die vanuit het meer opstijgt. Het meer ziet dan uit als een grote pan bijna kokend water, want er bubbelt en borrelt niks terwijl de damp er vanaf slaat en traag de heuvel opklimt.
Over de dijk naar het einde van het meer wordt het beeld minder mistig, winnen de lijnen aan scherpte en de kleuren aan kracht. Het eiland doemt 'David Hamilton'-achtig op in een waas, de witte reiger steekt fel af tegen het donkergroen van de den waar hij in zit en de aalscholver zit met gespreide vleugels van de zon te genieten. Een flottielje eenden trekt lange lijnen door het spiegelende oppervlakt van het water. En ineens ben ik voorbij de mist en is de ochtend scherp en helder. De honden staan te wachten waar de beek wegdraait van de dijk en ik heb nog geen enkele jagersactiviteit gehoord. Een prachtige dag, zoals ik al schreef.
Ieder z'n brokje en verder de dijk af. Langs de omgewaaide bomen, de verstopte waterdoorvoer, de ezels van de achterbuurman en voor de afwisseling aan het eind van het meer het bos in. Sammy helemaal verrast en blij. Hij gelooft het zelfs eerst niet, aarzelt, maakt dan wat enthousiaste sprongen, blaft en verdwijnt bergop. Er is veel doodhout omgegaan of naar beneden gekomen. Het pad is ermee bezaaid en heeft plaatselijk een hindernisbaaneffect meegekregen. Het bos is prachtig, open, mooie kleuren en de geuren van vergankelijkheid.
De honden snuffelen zich een ons en hebben geen aandacht voor wat om hen heen gebeurd. Ik geniet van het meer tussen de bomen door, de glinstering van het zonlicht op de alom aanwezige nattigheid en zie het staartje van de mist langs het huis verdwijnen. Tijd voor meer koffie en wat geschrijf. Hoppa, alle neuzen weer huiswaarts.
Van rechts belicht door de zon is het grasveld één web en hangen lange draden tussen de neerhangende takken van de kastanjes. Je ziet de minuscule waterdruppeltjes door de lucht drijven. Zo te voet is mist een prachtig verschijnsel op de autosnelweg heb ik daar een andere mening over. Het is van die aarzelende ochtendmist die vanuit het meer opstijgt. Het meer ziet dan uit als een grote pan bijna kokend water, want er bubbelt en borrelt niks terwijl de damp er vanaf slaat en traag de heuvel opklimt.
Over de dijk naar het einde van het meer wordt het beeld minder mistig, winnen de lijnen aan scherpte en de kleuren aan kracht. Het eiland doemt 'David Hamilton'-achtig op in een waas, de witte reiger steekt fel af tegen het donkergroen van de den waar hij in zit en de aalscholver zit met gespreide vleugels van de zon te genieten. Een flottielje eenden trekt lange lijnen door het spiegelende oppervlakt van het water. En ineens ben ik voorbij de mist en is de ochtend scherp en helder. De honden staan te wachten waar de beek wegdraait van de dijk en ik heb nog geen enkele jagersactiviteit gehoord. Een prachtige dag, zoals ik al schreef.
Ieder z'n brokje en verder de dijk af. Langs de omgewaaide bomen, de verstopte waterdoorvoer, de ezels van de achterbuurman en voor de afwisseling aan het eind van het meer het bos in. Sammy helemaal verrast en blij. Hij gelooft het zelfs eerst niet, aarzelt, maakt dan wat enthousiaste sprongen, blaft en verdwijnt bergop. Er is veel doodhout omgegaan of naar beneden gekomen. Het pad is ermee bezaaid en heeft plaatselijk een hindernisbaaneffect meegekregen. Het bos is prachtig, open, mooie kleuren en de geuren van vergankelijkheid.
De honden snuffelen zich een ons en hebben geen aandacht voor wat om hen heen gebeurd. Ik geniet van het meer tussen de bomen door, de glinstering van het zonlicht op de alom aanwezige nattigheid en zie het staartje van de mist langs het huis verdwijnen. Tijd voor meer koffie en wat geschrijf. Hoppa, alle neuzen weer huiswaarts.
vrijdag 9 november 2012
160 (09/11)
"Kom" en daar gaan we weer. Katrien hinkend voorop, Sammy trouw wachtend op mij en ik breek bijna mijn nek bij het deur opendoen terwijl ik de laarzen aantrek en alvast de sjaal omsla. Wederom eem mooie ochtend, zacht voor de tijd van het jaar en gelukkig droog. Zo'n vijftien graden minder dan een paar weken geleden maar het systeem heeft zich aangepast en ervaart het als aangenaam. Jas open, sjaal losjes om de hals gedrapeerd slenter ik langs de kastanjes en bedenk me, dat ik daar nog steeds niks mee gedaan heb.
Het gras is nat, de zon waterig. Eenmaal in beweging verliest Sammy mij uit het oog. Nu moet Katrien weer bij de club gehaald worden. Het is vooruit rennen en teruglopen voor die jongen. Je zult je maar een alfa-reu voelen, daar blijf je slank bij. Al ver voor het bruggetje knalt de heldere kleur van de witte reiger in mijn blikveld. Naast alle bescheiden camouflage kleuren van het andere gevederte, is dit iedere ochtend weer ff schrikken. Was de ijsvogel van het formaat van de reiger dan zou zijn blauw ook zeker in het oog springen, maar nu is hij daar te klein voor en bovendien te snel. Ik zie het blauw meestal alleen in een flits laag over het water verdwijnen naar de andere kant van het meer.
Het niveau van het meer overtreft nog steeds niet de hoogte van de overloop. Het zijn nog maar een paar centimeter maar met de deels verstopte doorvoer van het water uit de beek naar het meer schiet dit niet op. Ik ben maar weer begonnen met poken en stoten in de doorvoerbuis, voorlopig zonder spraakmakend resultaat. Lekker temperatuurtje aan mijn handen trouwens. Net zolang ze in het water steken moet ik de handen aansluitend onder mijn oksels geklemd houden om het leven erin terug te laten keren. Nog een week of wat en dan geloof ik het wel en zie in het voorjaar verder.
Bij die doorlaat zullen de honden inmiddels wel zijn maar ik nog lang niet. Het gaat langzaam vandaag maar dat is me niet onwelgevallig. De wereld mag vandaag aan me voorbij draaien. Wat in november gedaan moest worden is gebeurd, de verdere rest is mooi meegenomen.
De 5/6 graden vorst van twee dagen geleden heeft met name in het gras duidelijke sporen achtergelaten. Gras kan een hoop hebben maar er niet tegen als je erop gaat staan in bevroren toestand. Ook van de laatste bladeren zijn er een hoop van de bomen vallen, net als bij de hortensia's voor het huis. De paddenstoelen die boven de grond uitsteken houden stug vol, maar de overdaad waarmee ze de laatste weken uit de grond schoten is gestokt. Misschien nog een laatste oprisping als het de komende week boven de nul blijft. Ik had er wat in de diepvries willen stoppen voor de feestdagen, maar sinds dat voornemen hebben de cantharellen en het eekhoorntjesbrood zich niet meer laten zien. Dan maar kastanjepuree, niet dan?
Dat doet me denken aan mijn weer niet gekochte ijsmachine. Kastanje-ijs, dat moet volgens mij ontzettend smerig, weeïg-zoet zijn. Doe mij nu maar koffie!
Het gras is nat, de zon waterig. Eenmaal in beweging verliest Sammy mij uit het oog. Nu moet Katrien weer bij de club gehaald worden. Het is vooruit rennen en teruglopen voor die jongen. Je zult je maar een alfa-reu voelen, daar blijf je slank bij. Al ver voor het bruggetje knalt de heldere kleur van de witte reiger in mijn blikveld. Naast alle bescheiden camouflage kleuren van het andere gevederte, is dit iedere ochtend weer ff schrikken. Was de ijsvogel van het formaat van de reiger dan zou zijn blauw ook zeker in het oog springen, maar nu is hij daar te klein voor en bovendien te snel. Ik zie het blauw meestal alleen in een flits laag over het water verdwijnen naar de andere kant van het meer.
Het niveau van het meer overtreft nog steeds niet de hoogte van de overloop. Het zijn nog maar een paar centimeter maar met de deels verstopte doorvoer van het water uit de beek naar het meer schiet dit niet op. Ik ben maar weer begonnen met poken en stoten in de doorvoerbuis, voorlopig zonder spraakmakend resultaat. Lekker temperatuurtje aan mijn handen trouwens. Net zolang ze in het water steken moet ik de handen aansluitend onder mijn oksels geklemd houden om het leven erin terug te laten keren. Nog een week of wat en dan geloof ik het wel en zie in het voorjaar verder.
Bij die doorlaat zullen de honden inmiddels wel zijn maar ik nog lang niet. Het gaat langzaam vandaag maar dat is me niet onwelgevallig. De wereld mag vandaag aan me voorbij draaien. Wat in november gedaan moest worden is gebeurd, de verdere rest is mooi meegenomen.
De 5/6 graden vorst van twee dagen geleden heeft met name in het gras duidelijke sporen achtergelaten. Gras kan een hoop hebben maar er niet tegen als je erop gaat staan in bevroren toestand. Ook van de laatste bladeren zijn er een hoop van de bomen vallen, net als bij de hortensia's voor het huis. De paddenstoelen die boven de grond uitsteken houden stug vol, maar de overdaad waarmee ze de laatste weken uit de grond schoten is gestokt. Misschien nog een laatste oprisping als het de komende week boven de nul blijft. Ik had er wat in de diepvries willen stoppen voor de feestdagen, maar sinds dat voornemen hebben de cantharellen en het eekhoorntjesbrood zich niet meer laten zien. Dan maar kastanjepuree, niet dan?
Dat doet me denken aan mijn weer niet gekochte ijsmachine. Kastanje-ijs, dat moet volgens mij ontzettend smerig, weeïg-zoet zijn. Doe mij nu maar koffie!
Abonneren op:
Posts (Atom)