Een "Kom op" vanuit de verste uithoek van mijn kleine teen. Het is alweer dagen vies nat herfstig winterweer. Het is een maand die voor mijn gevoel koud zou moeten zijn, maar wederom enkel zijn natte kant laat zien. Het is miezerig, net te nat om mistig te zijn. Bah, een paraplu mee. Daar heb ik net iets minder een hekel aan dan aan zeiknat worden.
Sammy en mn Katrien kijkt me enigszins ongelovig aan, wil nog wel naar buiten maar blijft dan boven op het bordes staan, als Sammy en ik de trapjes zijn afgedaald. Laat de dame maar, wij lopen rustig verder. Het is dat Sammy meeloopt, anders was ik al omgekeerd. Waarschijnlijk gokte Katrien daarop, want als wij het Bbq-hok ronden is Katrien nog steeds niet erbij. Ik benijd de honden niet en houd de paraplu wat schuiner tegen de wind. Ja, het waait d'r ook nog bij.
Bij het bruggetje nog steeds geen Katrien en maar een brul gegeven. Het duurde nog even maar mevrouw vermande zich uiteindelijk toch en kwam de heuvel af gedribbeld. Alles behalve van harte. Brokjes verdeeld en verder de dijk op. Dit wordt een flitsend rondje qua tijd en de honden spelen haas.
Overal hangen dikke druppels. Aan takken, sprieten, aan het mos op de stammen van bomen, aan de bladeren, die de winter hebben weerstaan of dood zijn maar nog niet afgevallen, zoals vreemd genoeg bij sommige eiken. De miezer zie ik, maar het zijn de druppels, die overal vanaf vallen, die ik hoor op de paraplu. Ik hoor eenden maar zie ze niet op het water. Toch zullen ze er zijn. De miezer verzwemt het meer en alles erom heen tot een onduidelijk waas, alleen het gekwaak gaat niet verloren.
De slakken houden winter. Dat scheelt. Ik hoef niet uit te kijken waar ik mijn voeten neerzet en kan net nog een tandje hoger bij het ronden van het meer. De rivier is gezwollen in de afgelopen dagen en staat enige dm's hoger in de bedding. Het water is troebel en de kleine stroomversnellingen zijn verdwenen.
Op de terugweg langs de boskant is het uitkijken met de paraplu. De doorgang is niet overal op een dergelijke breedte berekend. Met in- en uitklappen, wegdraaien en soms domweg doorduwen komen we op het strandje. Ik geef Sammy zijn brokjes, gooi ze voor Katrien in het water en loop zonder halt te maken verder. Die koffie maakt me vandaag niks uit, maar weg uit de regen is me wel een eindsprintje waard.
woensdag 19 december 2012
dinsdag 11 december 2012
192 (11/12)
Het is knap frisjes. De thermometer in de auto gaf vanmorgen -6ยบ aan en dat geloof ik graag. Het is een prachtige ochtend met een heldere maar niet wolkenloze hemel en een rode opkomende zon, die in de lage plekken tegengewerkt wordt door mist. Het gras en de bladeren knisperen onder de zolen van mijn laarzen en Katrien ligt zich uitgebreid te rollen in het witte veld. Je zult d'r maar lol aan beleven. Ik moet er niet aan denken. Ik heb me goed ingepakt in zoverre zo'n los aaneen hangende jas dat toestaat.
Sammy loopt al op de dijk voor ik bij de kastanjes ben. De kou doet geen afbreuk aan het enthousiasme, eerder integendeel. De sporen van het voedselzoekende wild zijn nu voor mij ook zichtbaar en ik snap waarom de honden druk snuffelen vanaf het bruggetje tot ver in het bos. Niet dat in het bos of op de terugweg de sporen ontbreken. Geenszins, maar ergens is het gesnuffel ook altijd weer genoeg. Teveel van hetzelfde waarschijnlijk.
Aan het begin van de dijk biedt het meer een mooi plaatje. Driekwart is dof en bedekt met een dunne laag ijs, de rest glanst en golft mee met de wind. Het ijs is dikgenoeg voor de eenden om te lopen, maar gaat stuk als ze zich afzetten om de lucht in te gaan. Knap zo met de poten in dat bijna ijskoude water. Maar de eenden zwemmen dan nog. De reigers staan bij deze temperatuur net als anders maar wat te staan, dat lijkt me nou net nog wat minder aangenaam. Waarschijnlijk te menselijk gedacht.
Ik loop rustig door en werp wat blikken naar links (meer) en rechts (weilanden van de buurman). Alles is een stuk doorzichtiger zo zonder bladeren. Daar waar de zon vrijspel heeft is het haast aangenaam warm. Dit zijn de mooie winterdagen: koud, droog, helder, zonnig. Overmorgen is het weer anders, dan is het minder koud, bijna 20 graden meer tov vannacht en helaas nat. Het weerbeeld voor de komende maanden: koud & droog of warmer & regen. Doe mij dat eerste maar.
De honden zijn alert en onrustig in de tweede helft van de ronde. Kijken omhoog het bos in, snuffelen de helling op en steken met regelmaat de neus in de wind. Iets trekt hun aandacht maar gelukkig is het niet voldoende om er vandoor te gaan.
Op het strandje reikt het ijs niet tot aan de kant zodat Katrien nog naar haar brokjes kan vissen terwijl Sammy ze opeist vanuit de hand. Ik werp een laatste blik naar de opgaande zon, die al het rood inmiddels heeft verloren, en stiefel door naar huis, naar binnen, naar de koffie, naar een beetje meer warmte.
Sammy loopt al op de dijk voor ik bij de kastanjes ben. De kou doet geen afbreuk aan het enthousiasme, eerder integendeel. De sporen van het voedselzoekende wild zijn nu voor mij ook zichtbaar en ik snap waarom de honden druk snuffelen vanaf het bruggetje tot ver in het bos. Niet dat in het bos of op de terugweg de sporen ontbreken. Geenszins, maar ergens is het gesnuffel ook altijd weer genoeg. Teveel van hetzelfde waarschijnlijk.
Aan het begin van de dijk biedt het meer een mooi plaatje. Driekwart is dof en bedekt met een dunne laag ijs, de rest glanst en golft mee met de wind. Het ijs is dikgenoeg voor de eenden om te lopen, maar gaat stuk als ze zich afzetten om de lucht in te gaan. Knap zo met de poten in dat bijna ijskoude water. Maar de eenden zwemmen dan nog. De reigers staan bij deze temperatuur net als anders maar wat te staan, dat lijkt me nou net nog wat minder aangenaam. Waarschijnlijk te menselijk gedacht.
Ik loop rustig door en werp wat blikken naar links (meer) en rechts (weilanden van de buurman). Alles is een stuk doorzichtiger zo zonder bladeren. Daar waar de zon vrijspel heeft is het haast aangenaam warm. Dit zijn de mooie winterdagen: koud, droog, helder, zonnig. Overmorgen is het weer anders, dan is het minder koud, bijna 20 graden meer tov vannacht en helaas nat. Het weerbeeld voor de komende maanden: koud & droog of warmer & regen. Doe mij dat eerste maar.
De honden zijn alert en onrustig in de tweede helft van de ronde. Kijken omhoog het bos in, snuffelen de helling op en steken met regelmaat de neus in de wind. Iets trekt hun aandacht maar gelukkig is het niet voldoende om er vandoor te gaan.
Op het strandje reikt het ijs niet tot aan de kant zodat Katrien nog naar haar brokjes kan vissen terwijl Sammy ze opeist vanuit de hand. Ik werp een laatste blik naar de opgaande zon, die al het rood inmiddels heeft verloren, en stiefel door naar huis, naar binnen, naar de koffie, naar een beetje meer warmte.
Abonneren op:
Posts (Atom)