vrijdag 22 februari 2013

275 (22/02)

 "Allez" en daar schoten de honden naar buiten. Ze wilden zo graag, dat het moeite kostte om de keukendeur te openen. Het is helder, zonnig en erg fris om niet te zeggen bar koud vanochtend. Een stevig oostenwind maakt het winterse plaatje bijna compleet. Enkel de sneeuw ontbreekt. Brrr, na de afgelopen mooie dagen aan het begin van de week is dit slikken. Ik trek de sjaal wat hoger om de kop en zet er stevig de pas in.

 Om het Bbq-hok heen en dan kom je vol in de ochtendzon. Hoe warm en genotsvol dat soms kan zijn, de wind zet nu een allesbepalende streep door dat plaatje. Op de foto zou het niet anders uitzien dan drie dagen geleden. De werkelijkheid is koud en onaangenaam. Ik loop bijna hard naar het bruggetje, strooi wat brokjes en zet de vaart voort op de dijk. Bij de bocht in de passerende beek ben ik uit de invloed van de wind. Dat scheelt een slok op een borrel maar is nog een paar honderd meter lopen.

 De aalscholvers wachten niet op mijn geschreeuw en geklap en vertrekken uit zichzelf. Eenmaal in de lucht wil het echter niet zo. Òf ze hebben geen zin om te vertrekken òf het werkt niet met de thermiek. Het is een zooitje ongeregeld. Ze vliegen allemaal alle kanten op en vooral niet met elkaar. Het lukt niet om een V te vormen en het lijkt erop alsof een deel helemaal niet weg wil. Toch maar ff een steuntje in de rug gegeven.

 Sinds de (illegale) eendenjacht een paar weken geleden zijn de eenden maar mondjesmaat aanwezig en bij ieder geluid of beweging vertrekken ze direct de lucht in. Niet van de ene hoek van het meer naar de andere. Bovendien zijn het er maar een stuk of tien ipv 30 à 40. Nu krijg je wel langzamerhand de paarvorming en daardoor een grotere spreiding van de eenden over het hele gebied rondom het meer, maar toch is het minder dan een jaar geleden.

 Uit de wind mag het tempo zakken. Eenmaal aan de andere kant van het meer is de zon zelfs aangenaam. De honden hebben geen haast. Er zijn massa's verse sporen maar blijkbaar niet vandien aard dat ze weg willen. Ik kijk tegen de zon in over het meer. Een prachtig zicht, dat ook na meer dan 5000 keer niet gaat vervelen.

 Nog een kleine 100 dagen en dan heb ik het jaar gerond ..... en had ik gehoopt, sterker nog, had ik de overtuiging weg te zijn of tenminste een koper aan de haak geslagen te hebben. Tot op heden een illusie. Ik ben werkelijk benieuwd hoe dit hier gaat aflopen, maar nu eerst door naar mijn tweede koffie.

dinsdag 12 februari 2013

255 (12/02)

 Vanochtend werd er geen woord gesproken. Is ook niet nodig. We begrijpen elkaar volledig. Ik moet, de honden willen. Het is mijn keuze, hun recht. Katrien staat gewoontegetrouw met de neus tegen de buitendeur en Sammy in tweede linie om het hoekje van de koelkasten. Soms vindt Katrien het noodzakelijk om me kopjes te geven, als ik op één been sta te balanceren bij het aantrekken van mijn laarzen. Hondenhumor, zeg maar. Vandaag was zo'n dag, mijn kledingritueel duurt er alleen langer door. Vervelend voor hen en lastig voor mij, want ik heb het koud. Het is stukken kouder geweest en toen nergens last van gehad, maar nu heb ik het koud, onaangenaam koud. Ik sla de restanten van de jas om me heen, trek de sjaal vaster, open de deur en stap in flinke pas naar buiten.

 Buiten is het eerder warmer dan kouder. Het zal d'r om hangen. Straks de kachels aansteken. Had ik eerder moeten doen, maar geen zin in. Dat achter de temperatuur aanlopen van zo'n oud huis heeft voor- en nadelen. Zowel in de zomer als in de winter zijn er momenten waarop dat verkeerd uitpakt. Geen tijd voor wijs geneuzel. Doorstappen naar het bruggetje. De honden staan al te wachten.

 Het is droog qua neerslag, maar overal waar ik loop, klinkt het zompig. Een slurpend zuigende ondergrond als ik mijn voet er in druk of in voortbeweging optil. Als die freatische 'nappes' niet overlopen inmiddels snap ik het niet meer. Er is de afgelopen weken, in feite al maanden zoveel water naar beneden gekomen. De natuur moet het daar voorlopig maar mee doen, lijkt me zo. Als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan regen.

 Verderop op de dijk valt me het gefluit van de vogels op. Dit zijn er meer dan 1 of 2. De kwaliteit is nog matig en van vloeiende klanken is zeker geen sprake, maar dit is geen winters getjilp meer. Slechts twee aalscholvers vliegen op van de compleet wit gescheten den op het eiland en de eenden zijn te tellen op twee handen. Ik warm langzaam op en mopper af. De honden hebben het illigale uitstapje van twee dagen geleden nog in de benen. Alles gaat gemoedelijker dan me lief is. Dan maar het voortouw genomen!

 Bij de afspltsing naar het bos is het wachten op de honden. Na hun beloning stoom ik gelijk weer door en ook op het strandje stop ik niet langer dan nodig is om de brokjes te verdelen. De honden willen spelen. Ik wil naar binnen. Gelukkig hebben zij elkaar. Ik wil koffie.

 Op de laatste étappe weigert Sammy weer te luisteren en verdwijnt uit beeld. Dit wordt geen uren wachten, maar het gebrek aan luisteren maakt enige herscholing niet overbodig. Maar niet vandaag. Hij komt terug via de huisjes en denkt ongezien naar binnen te kunnen glippen. Helaas. Hier!! En zitten. Blijven. En af. En nou hup naar de koffie!!

woensdag 30 januari 2013

242 (30/01)

 Er werd op me gewacht. Mijn "Kom op" had direct drieste drukte tot gevolg. Een springende Katrien en luid geblaf van Sammy. Op een dag als vandaag snap ik dat niet. De keukendeur staat al open sinds ik beneden ben, ze zijn al meer dan eens buiten geweest en doen nu toch alsof ze vrijgelaten worden uit een gevang. Allez Hop, dan.

 Het is een prachtige dag. Zonnig, een graad of vijftien, slechts hier en daar een wolkje ... Eindelijk komt de werkelijkheid met het weerbericht overeen en dat nog in positief zin ook. Sjaal om maar jas open en de trapjes af en opweg naar het bruggetje. De honden zijn al druk, mn Katrien, die snuffelt met een gedrevenheid waar een ADHD'er nog een voorbeeld aan kan nemen. Sammy aarzelt wat, kijkt naar de heuvel, kijkt naar mij, loopt wat, piest een beetje en struint een stukje verder om het hele ceremonieel opnieuw uit te voeren.

 Ik loop 'm kalm voorbij. Laat de zonnewarmte tot me doordringen en kuier bergaf naar de overloop van het meer. Sammy is snel ter plekke maar op Katrien is het wachten. Die ligt zich halverwege intens zalig op haar rug te draaien en te kronkelen. Gooit zich eens naar rechts en dan weer naar links. Als je een hond met epileptische aanvallen hebt gehad, is het op het eerste gezicht ff schrikken, maar mn het gekronkel op de rug is enkel en alleen weldadig genieten. Ineens stopt ze, gaat rechtop zitten en springt letterlijk in de benen en huppelt het laatste stuk naar beneden.

 Beloningen verdeeld en verder de dijk op. Vandaag geen aalscholvers. Mooi, mag hopen dat die verder getrokken zijn. De den op het eilandje ziet wit van hun schijterij. Straks legt die net als de berk het loodje en dan heb ik het niet over hun aanslag op de visstand. Eenden zie ik niet maar de witte reiger is nog steeds aanwezig. Dit keer niet in het water maar hoog in een boom. Vogeltjes fluiten of proberen dan tenminste. Is me gisteren voor het eerst opgevallen. Vandaag zijn het er meerdere en ook niet allemaal van hetzelfde merk, als je de verschillende geluiden mag geloven.

 Het is rustig. In me, om me. Het tempo is laag. Ik slenter wat. Laat de omgeving en mn het meer op mijn netvliezen verstillen. Ineens haal ik wat klein geld uit mijn broek zak en gooi het in het meer. Het is gebeurd, voordat ik mezelf kan afvragen, wat ik doe. Bijna hoofdschuddend kijk in naar het vervagen van de in elkaar overlopende kringen. Het waren twee muntjes zo te zien. Als het water tot rust is gekomen, staat Sammy naast me. Hij vindt, dat ik te lang wegblijf... Het is een zorgzame baas. Ik aai 'm over zijn bol en slenter verder de dijk af.

 Het zijn heftige dagen en toch is daar die rust en vandaag niet voor het eerst. Ik kijk omhoog naar de felwit oplichtende berken, die prachtig afsteken tegen de strak-blauwe lucht. Mooie bomen zijn dat. Bestaan lelijke bomen? Ja, lelijke bomen bestaan, maar daar ga ik me nu niet mee bezig houden. We ronden in alle rust het meer en gaan opweg naar het strandje, de laatste stop voor de volgende koffie.

donderdag 3 januari 2013

215 (03/01/13)

 "Kom op" is deze keer enkel en alleen voor mezelf bedoeld. De honden staan al een uur voor de deur te dringen om naar buiten te gaan. Mij ontbreekt de zin. Eerst een warm bed moeten verlaten, daarna een overheerlijke koffieverkeerd sneller naar beneden gewerkt dan me lief was naast een reeds knisperend en knetterend vuur in de houtkachel. Geen zin om veel bijzonders van deze dag te maken. Liefst weer terug het bed in maar daar zijn de honden nog en morgen gaan die weer de kennel in. Dus, precies, in de benen en geen gezeur.

 Het is zacht buiten, nat natuurlijk maar niet zo mistig als de laatste paar dagen. Het is weer zo'n winter die de verrassingen tot het laatste moment bewaart. De honden schieten werkelijk weg. Geen nood maar wildsporen. Voordat ik het weet zijn Sammy en Katrien uit beeld verdwenen. Lekker rustig! In mijn eigen tempo naar beneden naar de overloop. Ook hier zijn de honden al voorbij zonder op hun pauze-beloning te wachten. Neus naar beneden en snel vooruit. Niks willen missen, zo lijkt het, verder snap ik er natuurlijk geen jota van.

 Geen eend te zien op het meer. Ook geen aalscholvers in de bomen op het eiland. Alleen de witte reiger vliegt traag van de ene kant van het meer naar een top van een boom aan de andere kant. Een moeizame glijvlucht die veel weg heeft van mijn eigen ochtendtempo.

 De afgelopen dagen veel bezig geweest met wat ik dit jaar ga doen, alsof de boel al verkocht zou zijn. Wat helaas nog niet het geval is en ook in 2013 absoluut geen zekerheid is. Hoe dan ook, er gaat dit jaar vanalles veranderen. Niet weer het zoveelste beperkende en belemmerende jaar als de laatste paar.

 Sammy haalt me terug in de realiteit met wat kopstootjes tegen mijn linker jaszak. Dit keer wordt de pauze-beloning opgeëist ipv overgeslagen. De brokjes verdeeld, wat mistroostig naar de verstopte watertoevoer gekeken en verder met de ochtendronding van het meer. Het is nu winter-op-z'n-slechts: nat, zwart, kaal, modderig. Enkel de temperatuur valt mee. Geen sneeuw, geen rijp, geen krisperende bladeren en takjes, geen ijslaagjes waar je krakend doorheen trapt, geen strak blauwe lucht met een lunch in de buitenlucht.

 Ik stap over de omgevallen bomen heen, duik er onderdoor en zwier d'r bijna gracieus langs. Valt me mee, dat er dit jaar nog niet meer zijn omgegaan. Er staat nog voldoende doodhout rechtop om de hindernisbaan te completeren. Richting het strandje is het bijna wadlopen, waartoe ik verplicht ben. Enige extra aandacht om niet onderuit te gaan kan geen kwaad. Niet dat een tuimeling zo'n ramp zou zijn, ware het niet zo'n partij drap- en modder- en waterzooi waar ik in zal belanden, als ik op mijn snufferd ga.

 Ik strooi wat Sinterklaasachtig met de brokjes en loop door naar huis. De kachel, koffie en misschien wel het bed wachten op me.