zondag 1 juli 2012

29 (1/7)

 Sammy ligt trouw aan mijn voeten en knap in de weg. Ik moet me in een rare bocht wringen om de bureaustoel te verlaten en ergens in die beweging snapt hij waar ik mee bezig ben en staat op. Wat het geheel niet eenvoudiger maakt. Tussendoor nog een "Kom" voor Katrien, brokjes bijgevuld, laarzen aan en de jas mee. Op het bordes direct rechts de trappen af en tussen het welige tierende onkruid verder naar beneden en opweg. Biologisch en géén onkruid, gaat niet samen.

 Katrien is ineens weg. Sammy investeert gestaag verder in de vernietiging van de den en ik loop gewoon door. Het is zondag en dat hoor je! In de verte verstoord op grote hoogte een passerend vliegtuig de volstrekte stilte maar voor de rest klopt het plaatje. Nu stilstaan en op het gehoor concentreren en een andere wereld gaat open. Vogelgeluiden versieren de stilte, zelfs het ruisen van de beek krijgt de ruimte, de eenden in de verte, de zachte bries door de bladeren en het zoemen van insecten. Niks van dat alles weet de stilte te verstoren tot het volgende vliegtuig onzichtbaar maar duidelijk het beeld verstoord.

 Na de bliksem(inslag) met een paar stroomloze uren en het begeleidende gedonder alsof de aarde in tweeën barstte heeft het vannacht behoorlijk geregend. Alles is nat, natter dan dauwnat. Daar waar het lange gras niet is opgeruimd of verpulverd moet de maaier er weer overheen de komende dagen en dan maar aanharken, want zo schiet het niet echt op.

 Een beetje mopperend gaat het over de dijk. De jonge futen duiken om beurten in de diepte en zwemmen terug als ze opgedoken zijn. Slechts één van de ouders is erbij. Futen zijn blijkbaar geen trouwe paren zoals dat bij eenden het geval schijnt te zijn. De jonkies duiken dat het een lieve lust is om te zien. Op de achtergrond dobberen de nauwelijks van het water te onderscheiden eenden. Sammy ligt op z'n buik om zijn dorst te lessen. Katrien selecteert de grassprieten die ze straks weer uit zal kotsen.

 Alles is zoals het was en misschien wel zoals het zijn moet. Geen vreemde dingen, geen nieuwe paddestoelen en sowieso een steeds beperkter want door de bladeren verder afgesloten blikveld. Het domein keert zich in zichzelf. Eigenlijk een vreemde tegenstelling de beslotenheid van de zomer tegenover de openheid van de winter, terwijl je in de zomer naar buiten trekt en je 's winters het liefst opsluit in je slaapkamer, weg onder de dekbedden.

 Katrien staat op het strand aan het water te wachten. Ze wil brokjes vissen en ze niet zo aangereikt krijgen. Daar denkt Sammy anders over en duwt zíjn snoet in mijn jaszak. Ik laat mijn blik over het meer gaan. Geen vogel te zien, geen kringen in het water van een opduikende vis maar ook weer geen spiegelgladde watervlakte.

 "Kom", ditmaal tegen mezelf. Geen filosofisch gedoe vandaag. Doorlopen, douchen en de hort op. Welke hort zie ik onderweg wel. Na een week in het paradijs heb ik behoefte aan een stukje (Gètver) hel. Hup, naar huus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten