Wederom een prachtige ochtend. De aanloop naar het najaar grossiert erin. Zonder aanmoediging of niks met z'n alle in de benen resp. poten en naar buiten. De laarzen hebben weer een heldere functie in het kletse natte gras. De dagen blijven mooi met temperaturen ruim boven de twintig graden, maar de nachten zijn inmiddels bijna bar te noemen. De grondtemperatuur zit tegen de nul aan en al meermaals bijna volledig beslagen ramen gehad. Ja, nee geen dubbelglas, maar toch.
De honden waaieren uit en zoeken hun gewenste plek. Op weg naar het bruggetje passeren ze me. Eerst Sammy en wat later ook Katrien. Huppelend enthousiasme. Nog voor de brug gooit Katrien zich op de grond en schuurt kronkelend en genotszuchtig met haar rug over de grond. De poten graaiend in het niets. Het ziet er heerlijk uit. Zou ik het ook eens proberen?
Bij het bruggetje loopt de overloop al weken niet meer over maar staat nog steeds niet volledig droog. Al scheelt het nog maar gedruppel en voordat het meer al het water voor zich houdt. Behalve aan het gras en wat vroeg bladverliezende bomen zoals de wilde kers is aan niks te zien dat het in feite al twee maanden nauwelijks meer geregend heeft. Sterker nog, voor planten als bramen lijkt het eerder een pré dan een belemmering in hun groei. Als ik niks doe, geef ik ze nog een jaar en ik kan de dijk niet meer op.
Na hun beloning bij het bruggetje zijn de honden de dijk op verdwenen. Zonder extra versnelling maar gestaag zo'n tred tussen lopen en rennen in en dat is normaal al te snel voor mij maar vanochtend al helemaal. In een verkeerde bui zou ik van mezelf zeggen, dat ik niet vooruit te branden ben, maar zo voelt het vandaag niet. Het is een genot om wat te kuieren. Het enige wat mist is het bijbehorende gekeuvel. De handen net niet op mijn rug maar domweg in mijn zakken en mijn blik die over het meer, het bos en de dijk glijdt. Een ijsvogel die laag over het meer wegvliegt, op- en onderduikende futen, dobberende eenden. Alles ademt rust uit en tevredenheid in, of omgekeerd. En ik doe mee.
Aan het eind van het meer, rondom de rietkraag zijn een week of wat geleden de eerste stenen uit het water verrezen en inmiddels zou ik daar het meer kunnen oversteken, denk ik. De boel staat nu toch gauw 20-25 centimeter onder normaal. Met mijn laarzen en enige voorzichtigheid mbt kuilen met of zonder modder moet de overkant met droge voeten zijn te halen. Lopen kun je er altijd, alleen dan met het water tot over je knieën en op de verkeerde plekken tot in je kruis.
Aan het eind van de dijk gooit Sammy er een versnelling op en verdwijnt richting de buren. Katrien er achter aan. Enkel sporen, niks in levende lijve. Op het eiland verzanden ze in heen en weer lopen en snuffelen aan alles om en onder hen. Zonder nadenken steken ze de beek over. Ook zij zien dus het verschil tussen de huidige lage stand en de normale stand, als ze moeten zoeken naar de juiste oversteekplek.
De honden nemen hun beloning in ontvangst. Katrien wil spelen, begint te blaffen en trekt aan de flarden van mijn jas. Ik jaag ze, want eenmaal bezig wil Sammy ook, een tijd achterna in een kringetje en loop dan verder. Strand, koffie en de dagelijkse dingen wachten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten