"Kom op" is deze keer enkel en alleen voor mezelf bedoeld. De honden staan al een uur voor de deur te dringen om naar buiten te gaan. Mij ontbreekt de zin. Eerst een warm bed moeten verlaten, daarna een overheerlijke koffieverkeerd sneller naar beneden gewerkt dan me lief was naast een reeds knisperend en knetterend vuur in de houtkachel. Geen zin om veel bijzonders van deze dag te maken. Liefst weer terug het bed in maar daar zijn de honden nog en morgen gaan die weer de kennel in. Dus, precies, in de benen en geen gezeur.
Het is zacht buiten, nat natuurlijk maar niet zo mistig als de laatste paar dagen. Het is weer zo'n winter die de verrassingen tot het laatste moment bewaart. De honden schieten werkelijk weg. Geen nood maar wildsporen. Voordat ik het weet zijn Sammy en Katrien uit beeld verdwenen. Lekker rustig! In mijn eigen tempo naar beneden naar de overloop. Ook hier zijn de honden al voorbij zonder op hun pauze-beloning te wachten. Neus naar beneden en snel vooruit. Niks willen missen, zo lijkt het, verder snap ik er natuurlijk geen jota van.
Geen eend te zien op het meer. Ook geen aalscholvers in de bomen op het eiland. Alleen de witte reiger vliegt traag van de ene kant van het meer naar een top van een boom aan de andere kant. Een moeizame glijvlucht die veel weg heeft van mijn eigen ochtendtempo.
De afgelopen dagen veel bezig geweest met wat ik dit jaar ga doen, alsof de boel al verkocht zou zijn. Wat helaas nog niet het geval is en ook in 2013 absoluut geen zekerheid is. Hoe dan ook, er gaat dit jaar vanalles veranderen. Niet weer het zoveelste beperkende en belemmerende jaar als de laatste paar.
Sammy haalt me terug in de realiteit met wat kopstootjes tegen mijn linker jaszak. Dit keer wordt de pauze-beloning opgeëist ipv overgeslagen. De brokjes verdeeld, wat mistroostig naar de verstopte watertoevoer gekeken en verder met de ochtendronding van het meer. Het is nu winter-op-z'n-slechts: nat, zwart, kaal, modderig. Enkel de temperatuur valt mee. Geen sneeuw, geen rijp, geen krisperende bladeren en takjes, geen ijslaagjes waar je krakend doorheen trapt, geen strak blauwe lucht met een lunch in de buitenlucht.
Ik stap over de omgevallen bomen heen, duik er onderdoor en zwier d'r bijna gracieus langs. Valt me mee, dat er dit jaar nog niet meer zijn omgegaan. Er staat nog voldoende doodhout rechtop om de hindernisbaan te completeren. Richting het strandje is het bijna wadlopen, waartoe ik verplicht ben. Enige extra aandacht om niet onderuit te gaan kan geen kwaad. Niet dat een tuimeling zo'n ramp zou zijn, ware het niet zo'n partij drap- en modder- en waterzooi waar ik in zal belanden, als ik op mijn snufferd ga.
Ik strooi wat Sinterklaasachtig met de brokjes en loop door naar huis. De kachel, koffie en misschien wel het bed wachten op me.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten