dinsdag 11 december 2012

192 (11/12)

 Het is knap frisjes. De thermometer in de auto gaf vanmorgen -6º aan en dat geloof ik graag. Het is een prachtige ochtend met een heldere maar niet wolkenloze hemel en een rode opkomende zon, die in de lage plekken tegengewerkt wordt door mist. Het gras en de bladeren knisperen onder de zolen van mijn laarzen en Katrien ligt zich uitgebreid te rollen in het witte veld. Je zult d'r maar lol aan beleven. Ik moet er niet aan denken. Ik heb me goed ingepakt in zoverre zo'n los aaneen hangende jas dat toestaat.

 Sammy loopt al op de dijk voor ik bij de kastanjes ben. De kou doet geen afbreuk aan het enthousiasme, eerder integendeel. De sporen van het voedselzoekende wild zijn nu voor mij ook zichtbaar en ik snap waarom de honden druk snuffelen vanaf het bruggetje tot ver in het bos. Niet dat in het bos of op de terugweg de sporen ontbreken. Geenszins, maar ergens is het gesnuffel ook altijd weer genoeg. Teveel van hetzelfde waarschijnlijk.

 Aan het begin van de dijk biedt het meer een mooi plaatje. Driekwart is dof en bedekt met een dunne laag ijs, de rest glanst en golft mee met de wind. Het ijs is dikgenoeg voor de eenden om te lopen, maar gaat stuk als ze zich afzetten om de lucht in te gaan. Knap zo met de poten in dat bijna ijskoude water. Maar de eenden zwemmen dan nog. De reigers staan bij deze temperatuur net als anders maar wat te staan, dat lijkt me nou net nog wat minder aangenaam. Waarschijnlijk te menselijk gedacht.

 Ik loop rustig door en werp wat blikken naar links (meer) en rechts (weilanden van de buurman). Alles is een stuk doorzichtiger zo zonder bladeren. Daar waar de zon vrijspel heeft is het haast aangenaam warm. Dit zijn de mooie winterdagen: koud, droog, helder, zonnig. Overmorgen is het weer anders, dan is het minder koud, bijna 20 graden meer tov vannacht en helaas nat. Het weerbeeld voor de komende maanden: koud & droog of warmer & regen. Doe mij dat eerste maar.

 De honden zijn alert en onrustig in de tweede helft van de ronde. Kijken omhoog het bos in, snuffelen de helling op en steken met regelmaat de neus in de wind. Iets trekt hun aandacht maar gelukkig is het niet voldoende om er vandoor te gaan.

 Op het strandje reikt het ijs niet tot aan de kant zodat Katrien nog naar haar brokjes kan vissen terwijl Sammy ze opeist vanuit de hand. Ik werp een laatste blik naar de opgaande zon, die al het rood inmiddels heeft verloren, en stiefel door naar huis, naar binnen, naar de koffie, naar een beetje meer warmte.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten